FlowThe Collection
Houten korenmolen met wieken tegen een strakblauwe lucht in Ommen

Verhaal

Vier molens, één dorp: de wieken van Ommen

Nergens in de omgeving draaien zoveel molens als in Ommen. Vier verhalen in steen en hout, allemaal op loopafstand van elkaar. Een wandeling langs de wieken van het Vechtdal.

Flow the Collection · 13 juni 2026

Wie door Ommen loopt, kijkt bijna vanzelf omhoog. Boven de daken en tussen de bomen verschijnen ze één voor één: de wieken. Vier molens telt het dorp, elk met een eigen verhaal, en samen vertellen ze de geschiedenis van het Vechtdal beter dan welk museum ook. Olie, hout, graan — er is hier eeuwenlang gemalen, gezaagd en geperst. En het mooiste? Je bezoekt ze allemaal te voet, op een ochtend.

De Konijnenbelt — de grootste, met het mooiste uitzicht

Aan de Vecht, tegenover het centrum, staat de Konijnenbelt. Molenaar Hendrik Konijnenbelt kocht in 1806 de grond — destijds een tuin — en haalde zijn molen helemaal uit de Zaanstreek. Het werd een oliemolen: hier werd olie geperst uit kool- en lijnzaad, en gerst gepeld tot gort. Binnen brandde dag en nacht een oven, de rook vond zijn weg door spleten en kieren naar buiten. Lang heeft Hendrik er niet van kunnen genieten — hij overleed in 1814 en liet zijn vrouw Susanne achter met acht kinderen en een molen die nauwelijks had gedraaid. Toch hield ze het draaiende. Vandaag is de Konijnenbelt de grootste molen van Ommen en biedt hij het mooiste uitzicht over de stad en de Vecht. Onder de wieken vind je nu wisselende kunstexposities.

Den Oordt — de laatste van zijn soort

Even verderop, aan de oever van de Vecht, staat een zeldzaamheid: Den Oordt is de enige overgebleven zeskantige zaagmolen van Nederland. Timmerman Roelof Makkinga bracht hem in 1824 vanuit de Zaanstreek naar Ommen en bouwde hem op als zaagmolen. De boomstammen lagen achter de molen in het water, klaar om via de Vecht naar de molenkolk te worden gebracht en tot planken te worden gezaagd. Tot 1949 werd hier gezaagd. Daarna kreeg de molen een tweede leven als korenmolen. Nu wordt hij in ere hersteld als zaagmolen — precies zoals hij ooit begon. Onderin huist een streekmuseum dat je meeneemt terug in de tijd.

De Besthmenermolen — gebouwd op een belt

Net buiten het centrum, richting Den Ham, staat de enige beltmolen van Ommen. Gebouwd in 1862, op een opgeworpen heuvel — een belt — zodat boeren met paard en wagen de ene kant op konden rijden en aan de andere kant er weer af. Slim bedacht. De molen is geschilderd in de kleuren van kasteellandgoed Eerde, waar de geschiedenis van het malen op deze plek al teruggaat tot de zestiende eeuw. Sinds 2001 is de Besthmenermolen weer maalvaardig. Op open dagen draait de antieke dorsmachine en bakken de molenaars ovenvers brood — een geur die je niet snel vergeet.

De Lelie — waar nog elke week gemalen wordt

En dan De Lelie, aan het Molenpad, de enige molen waar nog dagelijks vakwerk plaatsvindt. Deze achtkantige stellingmolen uit 1846 heeft nog altijd een beroepsmolenaar die maalt voor bakkers in de omgeving. Hier wordt de oude graansoort spelt verwerkt, opnieuw verbouwd rondom Ommen — er wordt zelfs Ommer speltbier van gebrouwen. Onder de molen vind je een winkel vol meel, zuivel, wijn en bier. Je kunt er terecht voor een rondleiding, een high tea of een proeverij. Van graan tot glas, allemaal onder dezelfde wieken.

En als je verder wilt: de hoogste van Overijssel

Heb je de smaak te pakken? Net buiten het dorp, op het uitgestrekte landgoed Vilsteren, staat de Vilsterse Molen — met 36 meter de hoogste molen van Overijssel. Twaalf molengidsen, stuk voor stuk uit Vilsteren zelf, leiden je er maar al te graag rond.

Een ochtend langs de wieken

De vier molens van Ommen liggen op loopafstand van elkaar, de meeste vlak aan de Vecht. Begin bij de Konijnenbelt voor het uitzicht, wandel langs de Vecht naar Den Oordt, en sluit af bij De Lelie met een proeverij. Vanuit Hotel De Zon ben je zo onderweg — vraag bij de receptie naar de molenroute, dan stippelen we hem voor je uit.